Indianen en Internationaal Toerisme

Las Peñitas. Een klein dorp aan de Pacifische kust van Nicaragua. Van origine een vissersdorp, maar in de afgelopen tien jaar zijn restaurants en hotels opgezet in de hoop extra geld te verdienen aan het toerisme. Net als meer armere landen focust Nicaragua zich op internationaal toerisme om de economische situatie te verbeteren. Maar Las Peñitas is niet zomaar een opkomend toeristisch dorp. In dit dorp wonen indianen van de Sutiavastam.

Eeuwen geleden trokken de Sutiava zuidwaarts vanuit Noord-Amerika. Ter hoogte van México was het al bewoond door de Maya’s, dus de Sutiava trokken verder. Totdat ze aankwamen in het gebied dat nu Nicaragua heet.

In de zestiende eeuw arriveerden Spaanse kolonisatoren in het gebied. De Spanjaarden dwongen veel inheemsen om voor hen te werken. Sommige stammen bleken moeilijk tot slaaf te maken, zo ook de Sutiava. De Spanjaarden sloten een economische deal met de Sutiava. Zij kregen hun grondgebied wettelijk erkend door de toenmalige Spaanse koning. Vervolgens hielden de Spanjaarden het Sutiavagebied 300 jaar lang geïsoleerd van de buitenwereld. Na de de-kolonisatie van Nicaragua waren de Sutiava een van de weinige stammen die hun land hadden behouden.

In de twintigste eeuw werd het Sutiavagebied opnieuw geïsoleerd. Dit keer door de dictators van de Somoza Dynasty. Er werden grote blokken steen geplaatst op de weg, die fungeerden als een soort mini Berlijnse muur. Zelfs de dichtstbijzijnde stad León, nu 30 minuten rijden met de bus, was niet toegankelijk voor de Sutiava. De Somoza dictatorreeks regeerde Nicaragua van 1937 tot de nationale revolutie in 1979. Het Sutiavagebied is dus eigenlijk pas sinds een aantal decennia niet meer geïsoleerd.

Vanwege bovenstaande geschiedenis is de Sutiavacultuur een unieke mix geworden van traditioneel, Spaans en modern westers. Inmiddels dragen veel Sutiava spijkerbroeken, rijden op scooters en hebben een televisie in hun hut of huis. De Sutiava spreken Spaans. Hun eigen taal is aan het verdwijnen. De traditionele Mayareligie is gemengd geraakt met het Spaanse katholicisme. In Las Peñitas staat een kerk, maar men gelooft in de zonnegod Quetzalcoatl. De kerk in Las Peñitas heeft daarom een gat in het plafond, waardoor de zon aanbeden kan worden. In de Sutiava kerk in León hangt een beeld van de zon aan het plafond.

Naast zo’n vierduizend Sutiava wonen er in Las Peñitas ook Nicaraguanen. Volgens de Sutiava zijn dit immigrantes. Zij zijn Nicaraguanen die naar Sutiavagrondgebied zijn geëmigreerd. Ook vind je in Las Peñitas Noord-Amerikanen en Europeanen. Zij houden zich bezig met het runnen van hotels en restaurants, of verblijven hier kort- of langdurig voor hun plezier. Dit zijn de extranjeros, oftewel buitenlanders.

Omdat het Sutiavagrondgebied nog altijd wordt erkend door Spanje, maar niet door de Nicaraguaanse regering, zorgt dit voor lokaal conflict. Iedereen die een huis of een stuk grond koopt in Las Peñitas, moet volgens de Nicaraguaanse wet de regering betalen. Maar de Sutiava – en Spanje – vinden dat de indianen recht hebben op dit geld. Veel extranjeros betalen daarom de regering én de indianen om de vrede te bewaren. De meeste immigrantes, Nicaraguanen, hebben hier geen geld voor en/of willen dit niet. Zij betalen alleen de regering.

Het strand is een heilige plaats voor de Sutiava. Vandaag de dag wordt het strand gesierd of ontsierd door tientallen hotels en restaurants van extranjeros. Ook de Sutiava zien dat er geld zit in toerisme en proberen hier hun voordeel mee te doen. Maar hun hotels en restaurants worden terug geduwd in de richting van het dorp. De Sutiava kunnen de goede toeristische locaties simpelweg niet betalen. “They’re stealing our land”, wordt er achter de schermen wel eens tegen mij gezegd over de extranjeros.

Het verschilt aan mogelijkheden in het toerisme ligt niet alleen aan geld. Geld, dat in de eerste plaats nodig is om te kunnen investeren. De hotels en restaurants van de Sutiava zien er ook anders uit dan die van de extranjeros. In Las Peñitas is letterlijk elk hotel doordrongen van strandzand. Zelfs het meest ‘luxe’ restaurant bestaat uit plastic tafeltjes en stoeltjes. Toch bestaat er nog een groot verschil tussen de twee type eigenaars, wanneer het aankomt op hygiëne en comfort.

De meeste internationale toeristen, die in overvloed westers zijn, zijn gewend aan en zoeken een bepaalde standaard van hygiene en comfort. In een Sutiava restaurant worden groenten gewassen met kraanwater, in een extranjero restaurant met flessenwater. Het gevolg is dat veel buitenlandse toeristen ziek worden na het eten in de lokale restaurants. “Ik wil wel goed koken voor westerlingen, maar ik weet gewoon niet hoe”, vertelt een Sutiava hoteleigenaresse met wanhoop in haar ogen.

Neem bijvoorbeeld het restaurant van de lokale Carmen. Carmens hut is open aan de voorkant en de zijkanten bestaan uit muren van vuilniszakken. Wanneer ik lang haar hut liep, was zij altijd druk bezig was met afwassen of koken. Na twee weken in Las Peñitas constateerde ik dat Carmen wel heel veel aan het koken was voor de grootte van haar gezin. Ik vroeg of dit misschien een restaurant was. “Jazeker”, zei Carmen enthousiast. De meeste internationale toeristen zijn slechts enkele dagen in Las Peñitas en zullen haar restaurant niet snel herkennen. Zij zijn gewend aan bordjes die hen vertellen dat een plek een restaurant is. Ik beloofde diezelfde avond te komen eten.

‘s Avonds in het restaurant van Carmen bestelde ik een salade. Ik begon mijn salade in stilte te eten aan een grote plastic tafel, omringd door zo’n vijftien Sutiava bezoekers, voor een grote televisiekast die aanstond. Halverwege mijn maaltijd kwamen er een man en een vrouw de hut binnen. Zij kwamen van buiten Las Peñitas en begonnen een verhaal te vertellen. Ik stopte, net als de andere aanwezigen, met eten om naar hun verhaal te luisteren. Het was een verhaal over echtelijk geweld totdat het echtpaar Jezus had gevonden. Nu leefden zij in vrede samen en reisden rond om het woord van Jezus te verspreiden.

Na dit verhaal van 45 minuten begon de vrouw van het echtpaar de andere vrouwen in de hut te zegenen. Dit leek mij het moment om verder te eten. Ik at snel mijn salade op en liep naar Carmen om haar te betalen, licht teleurgesteld dat ik als extranjera zo moeilijk kan mengen met de lokale bevolking. “Nee”, glimlachte Carmen, “jij hebt al betaald.” De vrouw in de hut met muren van vuilniszakken weigerde mijn geld. Mijn respect was genoeg voor haar.

Tot mijn spijt moet ik bekennen dat ik twee weken erg ziek ben geweest na het eten in Carmens restaurant. Waarschijnlijk van het kraanwater waarmee de salade was gewassen.

In de maanden erna leerde ik meer over hoe de Sutiava samenleving in elkaar steekt. Dat veel Sutiava een derde van hun inkomsten doneren aan de lokale gemeenschap. Aan gehandicapten, ouderen of aan andere hulp behoevende minderheden. Ik observeerde het gedrag van internationale toeristen, wat vaak neerkwam op het drinken van veel alcohol en het straal voorbij lopen van de Sutiava. Er was nauwelijks oog voor de lokale cultuur. Maar de lokale cultuur liet zichzelf ook niet gemakkelijk zien, had ik had gemerkt. Het is een systeem dat zichzelf zo in stand houdt en een weinig constructieve kant op ontwikkelt. Ondertussen verdwijnt een oude, etnische groep langzaam van het toneel.