Een Australisch oogstseizoen

Een temperatuur van boven de 40 graden is hier niet ongewoon. Toch draag ik een lange spijkerbroek, een shirt met lange mouwen en een donkere hoed als bescherming tegen de zon. De v-hals van mijn shirt is nu een permanente gebruinde afdruk op mijn huid. Typisch uiterlijk voor een boer.

Een rij van tien vrachtwagens staat voor mijn neus. Ik wijs omhoog om aan te geven dat de eerste zijn trailer mag legen in het rooster. Halverwege houd ik mijn hand op om de trailer te stoppen, anders overstroomt het rooster met graan.

Het graan moet een paar minuten in het rooster dalen en ik loop alvast naar de volgende vrachtwagen. Op het formulier van de chauffeur check ik of hij voor het juiste rooster staat. Ik wil geen verschillende kwaliteiten graan gaan mixen tot iets wat in prijs daalt. Mijn 10 liter waterfles is gevuld met ijs en staat naast me om de lange dag door te komen.

De oogst in Australië’s Central Wheatbelt is in volle gang. Vrachtwagens gevuld met vijftig ton graan rijden de opslagplaats op en af. Cooperative Bulk Handling (CBH) Group is een fenomeen. Het is de West-Australische organisatie die graan opslaat, bewerkt en doorverkoopt. Door de hele staat liggen opslagplaatsen om jaarlijks de massale oogst op te vangen in de maanden oktober tot en met januari.

West-Australische boeren verdienen hun jaarinkomen in deze maanden. Zij zijn tevens de eigenaren zijn van CBH Group: “Kunnen jullie niet 14 uur per dag werken? Of 16?” Onze werkuren stapelen zich op tot boven de 80 uren per week.

Op sommige dagen trilt de hete lucht akelig boven de grond. Wanneer ik tijdens mijn lunchpauze in de auto stap, draag ik leren handschoenen om mijn handen te beschermen tegen het gloeiend hete stuur. Mijn draaiende autobanden doen het asfalt smelten. Tijdens het half uur lunchpauze in de airco van de hut komt mijn lichaam langzaam uit de noodtoestand en verlaagt mijn hartslag aanzienlijk.

Maar vanaf het middaguur wordt het pas echt warm – dan kruipen mijn collega’s en ik als reptielen op de grond, op zoek naar een plek in de schaduw. Dit is de koelste plek van de opslagplaats. Daar liggen we dan, collega’s, wachtend op de volgende vrachtwagen. Om en om nemen we een taak op ons, om het draaglijk te houden. Tot de zon ondergaat.

Op deze manier gaat de oogst maanden door. Wanneer iedereen klaar is, hangt af van de machines en het weer. Bij droogte en hoge temperaturen oogsten de boeren makkelijker en gaat de kwaliteit van het graan omhoog. Bij regen ligt alles dagen stil, want dan is de grond te modderig om er met de zware oogstmachines op te rijden.

Te nat graan of graan dat juist te weinig regen heeft gezien, krijgt de kwalificatie feed. Voedsel voor dieren. Het levert het minst op en komt het vaakst voor. Via onze walkie talkies horen we de eerste en tweede boer met H1 binnenrijden: de hoogste kwaliteit graan en de hoofdprijs. Dit is echt een uitzondering in het droge Australië.

Na verloop van tijd wennen de temperaturen. Lange werkdagen gaan met ons humeur aan de haal. We kopen waterballonnen en niemand is veilig. Via walkie talkies lokken we elkaar in een hinderlaag van waterbombardementen. Vrachtwagenchauffeurs zetten flessen water naast zich neer die ik, verrast en dankbaar, over me heen krijg wanneer ik naast hun vrachtwagen sta om de graansoort na te kijken. Soms wordt me een flesje bourbon of bier toegestopt. Ik bewaar ze in mijn waterfles met ijs tot direct na sluitingstijd.

Wanneer één van de transportbanden kuren heeft en 10 ton graan eraf stroomt, zwoegen we uren met schep en kruiwagen in de zon. Ik word fit en bruin en breng mijn leven door tussen de graankorrels.

Deze boeren runnen een miljoenenbedrijf afhankelijk van deze extreme weersomstandigheden. Daar moet je wel wat ballen voor hebben.