Een oorverdovende stilte in de Randstad

Ik heb het gevoel dat ik in het uitgestrekte Australië loop. Of in Lunteren, midden Nederland, waar ik de afgelopen paar jaar heb gewoond. Wat hebben deze twee plekken gemeen? Stilte. Er is meer natuur dan er mensen zijn. Meer bomen dan start-ups. Meer vogels dan productie.

En nu loop ik in de Randstad met datzelfde gevoel. Ik wandel door de Amsterdamse Waterleidingduinen en het is er oorverdovend stil. Weinig vliegtuigen. Minder verkeer. Nu pas merk ik hoe luid het het normaalgesproken is in de Randstad. Het is er niet alleen druk; met mensen, met afspraken, met ambities. Maar het is er ook ontzettend luid met de geluiden van alle voertuigen waarmee iedereen zich constant van hot naar her verplaatst. Nu klinkt het net alsof iedereen even thuis zit.

De vele herten in de Waterleidingduinen grazen onverstoord verder, zoals ze dat enkele weken geleden ook deden. Ongetwijfeld ‘horen’ ook zij meer stilte. Maar wat zouden ze ervan denken behalve “goh, wat lekker ontspannen hier de laatste tijd”.

Steeds meer kale bomen dragen groene knopjes. De wind is guur, maar in de zon achter een stategisch gekozen duin kan toch echt de jas uit. Vogels fluiten, niet alleen beter hoorbaar doordat het zo stil is, maar ook doordat zij groeien in getale. Voor een moment bewonder ik het doorzettingsvermogen van vogels, die twee keer per jaar de halve wereld afleggen op de kracht van hun eigen vleugels. De zomer achterna. Ik snap dat wel, denk ik, terwijl de zon weer wat kleur brandt op mijn winterhuid.

Ik blijf niet te lang in de duinen. Zo hebben andere mensen ook de kans om zich even bewegingsvrij te wanen. In de auto onderweg naar huis voel ik me heel. De natuur heeft er niet zo veel mee, met onze coronacrisis. Ik wel natuurlijk. Maar de wereld buiten de mensheid gaat gewoon door. En daar heb ik ook zeker wat mee.