De wens naar meer door vergelijking. Waar is de grens?

Na mijn masteronderzoek in Nicaragua merkte ik dat ik haar mensen moeilijk kon loslaten. Dat de wereld oneerlijk is verdeeld, wist ik al. Maar om het te zien en voelen, ging mij in elk geval niet in de koude kleren zitten. Wat kon en moest ik met deze pijnlijke status quo?

Het salaris in Nicaragua is zo laag dat mensen niet of nauwelijks geld overhouden. Sommige mensen worden ziek, omdat ze geen schoon drinkwater kunnen betalen. Velen werken zeven dagen per week. Tijd of geld besteden aan investeringen is voor een groot deel van de bevolking niet haalbaar. Hoe creëer je dan een gat naar buiten? Niet dus.

In Nederland werkt het anders. Vergeleken met Nicaragua, is dit de wereld van structurele rijkdom. Hoewel veel mensen ook hier moeite moeten doen om rond te komen, zijn er vangnetten als de WW, AOW, zorgsubsidie en huurtoeslag. Je moet hier echt je best doen om op straat te belanden. Schoon drinkwater komt gewoon uit de kraan. Loopbaanadviseurs zijn er om ons te helpen met een overvloed aan keuzemogelijkheden. Het lijkt wel een ander universum.

Arme mensen op veel plekken worden dagelijks gewezen op hun nadelige positie in de wereld en in toenemde mate in eigen land. Versnelde globalisering stuurt mensen en media over de hele wereld. Nicaraguanen zagen mij maandenlang niet werken, maar wel geld betalen voor luxe producten en uitstapjes. Waarom kan ik dat en zij niet? Ik heb geen buitengewone talenten. Ik ben op een plek geboren waar veel meer geld is. Zomaar.

Dominerende Amerikaanse televisie maakt westers uiterlijk populair. Media verspreiden reclame. Gadgets als de tablet vinden mensen nodig, ookal wonen zij in een hut van houten palen met muren van vuilniszakken. De consumptiemaatschappij is genadeloos. Geld wordt bij elkaar gesprokkeld, maar welke doelen worden bereikt? Onder arme mensen ontstaat de wens naar meer, maar niet altijd de mogelijkheid. Er ontstaat behoefte aan onmogelijke verandering. En dan wandel ik voorbij met mijn Nikon camera, blonde haren en ogenschijnlijk bodemloze portemonnee. Ik help zeker niet mee.

And you think you’re so clever and classless and free

De kans is groter om in Afrika geboren te worden. Of in bomvol India. Maar nee, ik werd geboren in Nederland. Ongevraagd krijg ik veel en anderen bijna niks. Maar ironisch genoeg zie ik in Nederland weinig van mijn economisch bevoorrechte positie. Ik leef in een wereld waarin het moeilijk is om een baan te vinden, want er heerst economische crisis. Wanneer ik bovendien, na het behalen van een universitair diploma, als vakkenvuller in een supermarkt zou gaan werken, zou ik volgens velen presteren ‘onder mijn niveau’. Ik voel stress en sociale druk. Velen kunnen niet oogsten wat ze dachten te hebben gezaaid met een opleiding. Ze kunnen niet voldoen aan hun eigen verwachtingen en die van de maatschappij.

When they’ve tortured and scared you for twenty odd years
Then they expect you to pick a career
When you can’t really function you’re so full of fear

In Nicaragua bevond ik me aan de maatschappelijke top van succes, terwijl ik er niets voor deed. Hoewel ik meer geld heb dan toen, voel ik me steeds armer worden sinds ik terug ben in Nederland. Hier werk ik hard en sta laag op de maatschappelijke ladder. Want ook in het rijke deel van de wereld heeft men de wens om hogerop te komen. Mensen willen een meer salaris, een mooiere vakantie of een groter huis. Vergelijken met de directe buren vergroot de wens naar meer en beter. Wat logisch is, want onze buren en reclames zien we wél dagelijks en de arme Afrikaan niet. De Afrikaan of de Nicaraguaan behoort in onze ogen niet tot ‘onze groep’. Maar wij dringen wel dagelijks bij hen door.

Het is menselijk om ons te meten aan onze directe omgeving. Zo begrijpen we onze eigen positie in de groep en weten we hoe we deze kunnen verbeteren. We willen een hoge status en de juiste middelen in onze groep om toegang te krijgen tot de beste mogelijkheden voor onszelf en onze kinderen. Maar als de top telkens wordt verplaatst doordat iedereen constant streeft naar beter, wanneer mogen we dan tevreden zijn met wat we hebben?

De top die mensen willen bereiken is relatief. Hij zit in ons hoofd en verandert met onze directe omgeving. Hierdoor zitten we inmiddels in de Eerste tot en met de Derde Wereld met eenzelfde probleem: de constante wens naar meer door vergelijking. Maar het einde is zoek, want het kan natuurlijk altijd beter.

Wanneer steeds meer mensen in een globale markt winst voor ogen hebben en kapitaal zichzelf kan vermeerderen door middel van investeringen, zal economische ongelijkheid in de wereld toenemen. Geld maakt geld en zal dus waarschijnlijk in toenemende mate bij het nu al rijke deel van de populatie terechtkomen. In de wereld van structurele rijkdom heeft men de economische (en culturele) middelen om winstgevende ondernemingen te runnen. Maar in plaats van waar is de top, zou de mens zich ook kunnen afvragen: Waar is de grens?

There’s room at the top, they’re telling you still
But first you must learn how to smile as you kill
If you want to be like all the folks on the hill

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s