Portret van een globaliserend Nicaragua

Het is warm in het noordelijk hooggebergte van Nicaragua. Het nepleer van de busbankjes plakt aan mijn benen. De passagiers in de drukke bus worden aan alle kanten geplet door elkaar. De weg waar wij op rijden is van asfalt, tot we een aantal gravende mannen passeren. Wegwerkers. De asfaltweg gaat over in een zandpad met stenen. Tot nu toe loopt de ‘moderne’ weg tot hier en niet verder.

De bus hobbelt op en neer over de zandweg, waardoor de passagiers nog meer worden geplet. Af en toe komt er een met hooi of zakken beladen paardenkar voorbij. Huisjes van hout en golfplaten schieten aan de bus voorbij. Slechts een enkel gebouw bestaat uit steen – vaak een overblijfsel uit de koloniale tijd.

De omliggende heuvels nemen toe in grootte. Aan alle kanten word de bus nu omringd door valleien gevuld met bananenbomen. Banenbomen verschaffen de koffieplantages schaduw, heb ik me laten vertellen.

De mensen in de bus zijn rustig en tolerant om vooral geen last te krijgen van de warmte. Ik luister muziek en denk na over het Nicaragua dat ik nu ken.

De Nicaraguanen zijn een trots volk. Zelfstandig en innovatief. Haar onafhankelijkheid, zowel politiek als natuurlijk door een rijkdom aan grondstoffen, is Nicaragua’s trots. Vissers en boeren voeden het land met hun kleine bootjes en plantages. Kunstenaars maken schilderijen, kleding en andere artefacten met welke opbrengst ze zichzelf en hun community onderhouden. Veel wordt geïnvesteerd in de community – vrijwilligerswerk is vanzelfsprekend in Nicaragua. Wie hulp nodig heeft, krijgt hulp. Vanuit de community worden projecten georganiseerd voor armen, zieken en analfabeten. Men doneert een deel van het weinige geld dat hij of zij verdient aan deze projecten, die door talloze mensen worden aangekondigd in de bus of op andere publieke plaatsen. Of men helpt op een participatieve manier mee in zijn of haar eigen community.

Het land probeert te groeien, zowel economisch als sociaal. Steeds meer Nicaraguanen gaan studeren aan een van de vele universiteiten van het land. Dit belooft bewustwording en de daarbij komende innovatie. Zo zijn er op veel plekken projecten aan de gang tegen de schokkende afvalvervuiling in het land, met name door plastic. Met meer vuilnisbelten en prullenbakken op straat probeert men natuur en gezondheid te sparen. Werken doet het nog niet, maar de wil en kennis lijken toe te nemen.

Hetzelfde geldt voor vrouwenrechten; deze worden overal aangekaart op banners in de straten. De banners benadrukken dat het gebruiken van geweld tegen een vrouw een misdaad is. Vrouwen worden opgeroepen om hun stem te laten horen. Ook hier is er in de praktijk nog een lange weg te gaan, maar men kijkt de goede kant op. Het land wil duidelijk verbeteren op eigen kracht.

Het koloniaal verleden zit diep bij de meeste Nicaraguanen. Alleen al de nationale taal, katholieke religie en Spaanse architectuur op veel plaatsen in het land zijn dagelijkse herinneringen aan hoe groot de Spaanse invloed is geweest. Ik beeld me in hoe de Spanjaarden hier kwamen, eeuwen geleden, dezelfde groene heuvels en valleien ontdekkend die ik nu zie vanuit de bus. Ze stuitten op natuurlijke rijkdom en op diverse inheemse stammen. Maar de Spanjaarden waren hier niet voor mooie natuur. Ze waren hier voor goud. De hele kolonisatie ging om goud en materiële rijkdom, want de Spaanse economie stond hevig onder druk door andere Europese landen. Hoewel sommige inheemse stammen, zoals de Sutiava, zich enigszins staande hielden door een economische overeenkomst met de Spanjaarden te sluiten, werd 90% van de inheemse bevolking van Nicaragua uitgemoord of overleed aan overgebrachte ziektes. Weinig is er bekend van deze mensen, aangezien de meesten mondeling kennis overdroegen en hun kennis met hen ten onder ging.

Door dit heftig verleden heeft bijna elke Nicaraguaan zowel Spaanse als inheemse voorouders en is ook de cultuur een mix van westers en inheems. Men spreekt Spaans en is strikt katholiek, duidelijk Spaanse overblijfselen. Maar deze worden nu ervaren als Nicaraguaans trots. Tegelijkertijd met de omarming van deze koloniale overblijfselen, wordt politieke overheersing gezien als iets heel slechts. Dit was goed zichtbaar in de krachtige revolutie van 1979 tegen de Somoza dictator-dynasty. Op straat is nog graffiti met revolutionaire leuzen te zien, met name in belangrijke steden uit die tijd zoals León en Matagalpa. Tegelijkertijd zijn op auto’s en huizen zijn ook spreuken als Alleen Christus is mijn ware Koning en Jezus is mijn Eigenaar te lezen. Het volk spreekt zich dus uit tegen een nieuwe vorm van overheersing, mede door omhelzing van Spaanse koloniale overblijfselen. De stad León met haar koloniale architectuur was zelfs het ‘hoofdkwartier’ van de revolutie tegen de dynasty. Nicaragua is dus als land verder gegaan met wat ze hadden toen de Spanjaarden vertrokken. Het mag dan een mix van de Spaanse en inheemse culturen zijn,  het is wel hún mix en met trots de Nicaraguaanse cultuur.

Decennialang werd Nicaragua geïsoleerd door de drama’s onder de Somoza dynastie. Na de geslaagde revolutie van 1979 duurde het nog jaren voordat Nicaragua weer enigszins veilig was en nog meer jaren voordat dit tot de rest van de wereld doordrong. Het land doet hard zijn best om met buitenlandse investeerders de nationale economie te versterken – zoals het een goed kapitalistisch land betaamt, met name een land onder curatele bij de Wereldbank.

Zoals de Spaanse taal en het katholicisme normaal zijn geworden, zo sijpelen nu op subtielere wijze nieuwe buitenlandse invloeden binnen. Sinds de laatste jaren dragen mensen bijvoorbeeld spijkerbroeken naar Amerikaans concept. In elke grote winkelstraat vind je winkels die groot adverteren met ‘Verkopen Amerikaanse kleding’. Steeds meer Nicaraguaanse jongeren spreken ook Engels. Westerse invloed wordt groter, iets wat je simpelweg globalisering zou kunnen noemen. Maar de westerse invloed op Nicaragua neemt soms ook ernstige vormen aan, waarover je hoort wanneer je met de Nicaraguanen spreekt.

Ik herinner me de gesprekken die ik had met mijn Spaans docente in Granada. We spraken veel over de buitenlandse invloed op Nicaragua. “Siempre hay ventajes y disventajes”, zei Yorleni: er zijn altijd voordelen en nadelen. “Wat zijn dan de voordelen en nadelen?” vroeg ik. Yorleni antwoordde met het voorbeeld van een aardbeving in Laguna de Apoyo, een regio niet ver bij Granada vandaan. Jaren geleden vernietigde een zware aardbeving alle huizen in een dorp en veel inwoners werden dakloos. In plaats van dat de huizen weer werden opgebouwd, werd de meeste grond opgekocht door buitenlanders. Westerlingen zagen in deze goedkope grond een mooie locatie voor zichzelf of voor een toeristische onderneming. De originele inwoners van het dorp werden gedwongen te verhuizen door gebrek aan geld om hun eigen grond te kopen.

Ik was even stil van dit voorbeeld en vroeg: “Gebeurt zoiets vaak in Nicaragua?” Yorleni keek me aan met een peilende blik, alsof we ons op glad ijs begaven met dit onderwerp. “Wat denk jij?” Ze ging het zelf niet zeggen. “Ik denk dat dit soort dingen heel vaak gebeuren”, antwoordde ik voorzichtig, maar duidelijk. Yorleni knikte en vertelde dat in Granada en nabije dorpen de gunstigste locaties en best lopende hotels in handen zijn van buitenlanders. Daar gaat al het grote geld heen. “Nicaraguanen hebben de financiële middelen niet om te kunnen investeren in deze locaties, de buitenlanders kopen alles op.” Ze liet geen verdere mening doorschemeren.

“Wat zijn dan de voordelen van buitenlandse invloed?” vroeg ik haar. “Het is goed om te leren over andere culturen”, antwoordde Yorleni oprecht geïnteresseerd. Eerder had ze zich al verwonderd over de strakke spijkerbroeken van de jeugd in Granada, waar ze zich cynisch over uitliet. En over de opkomst van de ‘emo-cultuur’. “Maar verder gaan we het zien. De steeds grotere buitenlandse invloed doet me soms denken aan de Spaanse kolonisatie. Ik weet dat het niet hetzelfde is, maar de situaties lijken wel veel op elkaar in sommige aspecten.”

“Wat denk jij hierover?” vroeg Yorleni weer. Zag ze mij ook als kolonisator? Ik had mij goed ingelezen voor mijn onderzoek en bracht voorbeelden van buurland Costa Rica en dichtbij gelegen Belize naar voren, waar westerlingen zich op deze manier ook een weg het land in hebben gekocht en gepraat. Een winstoogmerk als prioriteit, massaproductie en extreme efficiëntie worden geïntroduceerd in een cultuur die dit niet gewend is en dit niet kan bijbenen. Niet in de eerste, maar ook niet in de laatste plaats door gebrek aan financiële middelen. Kapitalisme en een vrijemarkteconomie zijn wellicht de termen voor deze, zogezegd, nieuwe vorm van kolonisatie. Maar ik kreeg een doemscenario bijna niet over mijn hart. Ik zei haar dat de ondernemingskracht van het Nicaraguaanse volk in dit geval wellicht een verschil zou kunnen maken.

Na mijn laatste les vroeg Yorleni mijn e-mailadres. “Ik heb veel buitenlanders lesgegeven, maar jij bent anders dan de anderen.” Na onze gesprekken vatte ik dit op als een groot compliment en opluchting.

Ik word opgeschrikt uit mijn gedachten wanneer de bus plotseling afremt in een dorpje. De bus stopt bij een tankstation met winkeltje, zoals we dit in Amerika en Europa ook kennen. Mensen stappen uit voor een toiletpauze of om wat te eten te kopen.

Een man loopt het tankstation uit, gekleed in spijkerbroek en overhemd, terwijl hij door een rietje een slok neemt van zijn blikje Red Bull. De jonge vrouw die aan de andere kant van het gangpad zat, keert terug naar de bus met een zak snoepjes. “Do you want candy?” vraagt ze in het Engels. “Sí, gracias”, antwoord ik in het Spaans. Ze geeft me drie van haar snoepjes. Tevreden kijkt ze uit het raam, terwijl de bus weer begint te rijden.

De oude Amerikaanse schoolbus rijdt hobbelend verder door het groen van de bananenplantages, alsof alles nooit anders is geweest. Maar ik weet wel beter. En het baart me zorgen.

DSCN2244